Blog

Wie jij was

IMG_7087-639x1024

‘De ander, belangeloos, altijd’
Slechts enkele woorden
die verwoordden wie je was
maar veel betekenen

Dankbaar voor mijn bagage
die jij me gaf
en trots op wie jij was
probeer ik het verhaal voort te zetten
‘elkaar leven geven’
‘elkaar het leven van harte gunnen’
‘verbonden met elkaar’

Dankjewel voor jou


Lees verder

Achterna

foto-1024x764
Bijna thuis
besloot ik je toch achterna te gaan
om je nog even te kunnen zien

je wilde niet op me wachten
verstopte je achter de kassen
maar zeg nou zelf
wie was er eerder
de kassen of jij

met je mooie stralen
met je mooie kleuren

Maar zeg nou zelf
wie is er sneller
wie is er groter
jij of ik

Je was me te snel af
maar grote, snelle zon..
pas maar op
want ik heb je lief
ik zal je meer dan eens
aanbidden en weer uitzwaaien


Lees verder

Een bijzondere reiziger

5503126038_60c9e50d25_o

Als je maar ziet
Wat er te zien valt.

Als je maar niet vervreemdt,
Langzaam dichtslibt.

Ogen heb je,
Ogen in je hoofd,
Ogen in je ziel.

Als je je maar verwondert.
Het licht, het water, alles
Het had er ook niet kunnen zijn.

Je verwondert.
Zolang je je verwondert,
Leef je, ben je mens.
Hans Bouma

(tekst kwam uit een van de vele mappen van mijn moeder, dank aan M die wist van welke auteur deze tekst afkomstig was.)

Tekens of geen tekens
Mijn ogen zagen het
Het was er
het licht, de vorm
Het is zo eenvoudig
je verwonderen.


Lees verder

Klanken

foto-25-300x300 foto-27-300x300 foto-26 foto-28

Ze dansten
zweefden

deden stiekeme pasjes
stortten hun hart uit

brachten serenades
aan de mensen

speelden duetten
met de woorden

vierden het leven
met de mensen

deelden de liefde
met elkaar.


Lees verder

Ik sta voor een raam


Ik sta voor een raam.
Ik zie woorden komen.

Sommigen woorden herken ik:
ofschoon, rood, alvorens,
niettegenstaande in zijn wapperende jas,
waarachtigheid, onvolkomen…

Sommige klimmen op elkaars schouders.
‘Wie ben jij?’ roepen ze.
‘Bewolkt,’ roep ik.
‘Zwaar of half?’ vragen ze.
‘Licht,’ zeg ik. ‘Licht bewolkt.’

Ik sla mijn ogen neer.
Ik wou dat ik glinsterend was
of enigszins
of liever nog: desalniettemin.

Het begint te regenen.
Ofschoon kijk ik omhoog, haar wangen worden nat.
Wij en zijd hollen weg.

Duisternis valt.

‘Daar zijn woorden voor’ – Toon Tellegen


Lees verder