Na aanpoten komt verwonderen. Verwonderen wat opkomt, wat doorgroeit en welke tot bloei komen. Sommigen moet je in de gaten houden en wat bijsturen maar kan niet altijd, we gingen op vakantie dus ik zei ‘dag jongens, doe je ding, ik zie jullie over drie weken weer’. Kun je met kinderen niet doen he. Er waren toch een paar opgevroten door de slakken. Niet de kinderen, de plantjes. Toch hadden veel het overleefd en gestaag doorgegroeid.
Inmiddels zijn we al een tijdje terug van vakantie en is het is bloeitijd, de zonnebloemen zijn boven de schutting uitgegroeid en richten elke dag hun kopje naar de zon. De dahlia’s hebben het zelfs gered tot stevige planten en groeien gestaag en sommige bloeien. De leeuwenbekjes verrassen me met hun mooie kleur en vorm en de rudbeckia in sahara-kleur die is fantastisch.
Ging er dan niks mis? Jawel hoor, of nou ja mis is niet het juiste woord. Dingen gaan gewoon anders. Ik dacht dat ik veel zinnia’s had, die zijn een beetje sporadisch hier en daar gegroeid. Dat mag volgend jaar wat meer gebundeld. Struiken worden toch altijd groter dan ik denk, dus meer groeiruimte maken voor de zaailingen, zodat ze genoeg licht ontvangen voor verdere groei en ontwikkeling.
Voeding, ruimte, een plek geven voor ontwikkeling, gezien en gehoord worden. Het zijn eigenlijk net mensen he, die planten.
Mooi om te zien als ze tot hun recht komen.
